Iedere hond kan verdwalen. Natuurlijk probeer je dat te voorkomen, maar helaas heb je dat
gewoon niet altijd in de hand. Denk maar eens aan paniekerige hondjes tijdens oud en nieuw.
Het dier rent weg en kan de weg naar huis niet terugvinden. In veel gevallen wordt zo’n hond
door iemand gevonden, die vervolgens niet weet waar het gevonden hondje woont.
Identificatie kan zulke problemen voorkomen. Hiervoor bestaan verschillende methoden. Het
meest bekende is de penning of het adreskokertje aan de halsband. Het nadeel van deze
methode is natuurlijk dat de hond zijn halsband of zijn penning kan kwijtraken.
De betrouwbaarste methode is de chip. Dit is een minuscuul klein apparaatje dat door de
dierenarts via een injectienaald wordt aangebracht onder de huid van de hond. Iedere chip
en dus ieder gechipt dier heeft een eigen nummer, dat met een speciaal apparaat afleesbaar
is. In internationale databanken zijn alle gechipte dieren geregistreerd en weet men wie de
eigenaar is. Een weggelopen hond is op deze manier goed op te sporen.
De meeste rashonden worden al bij de fokker op zeer jonge leeftijd gechipt. Het chipnummer
staat vermeld in het dierenpaspoort of vaccinatieboekje. Wanneer je er niet zeker van bent
of jouw hond gechipt is, kunt je de dierenarts bij een bezoek vragen dit om te controleren.